‘Geluk blijft een lastige term voor mij’

In de serie Hoofdzaken vertellen mensen over hun ervaring met een psychische ziekte en wat die ervaring hen heeft gebracht. De serie moedigt openheid over mentale gezondheid aan. Want we zien psychische ziektes misschien niet, ze mogen wel gezien worden. In dit artikel vertelt Suzan (44) over haar ervaring met depressie en psychose.

Mama, je bent een standbeeld’, zei mijn dochter als ik depressief was. Er waren dagen dat ik als een zombie in de kamer zat en niks tegen de kinderen zei. Ik vergat niet alleen te praten maar ook om te lachen. Mijn dochter heeft me wel eens gevraagd waarom ik wel naar andere mensen lachte maar niet naar haar broer en haar. Toen heb ik uitgelegd dat ik een “neplach” had voor andere mensen. Een lach die mijn ziekte moest verbloemen.

Suzan Vos, Foto: Kees van de Veen

Mijn eerste depressie ontstond in de pubertijd. Ik veranderde van een vrolijk meisje ik in een stille, bange puber. Toen ik op kamers ging, volgde mijn eerste psychose. Ik dacht dat ik werd aangevallen door fruitvliegjes, zag dingen die er niet waren en rook rottingslucht. Ik werd steeds banger en eenzamer. Het hielp niet dat een diagnose van mijn psychiater uitbleef. Ik werd opnieuw depressief, lag maandenlang in bed, kreeg zware medicatie en ging niet meer naar school.

De knop ging om toen ik ervan overtuigd raakte dat mensen me in een kliniek zouden stoppen. Dat zag ik op televisie en ik dacht dat dit een boodschap voor mij was. Ik gooide mijn pillen weg, belde mijn psychiater af, pakte mijn studie weer op en vond een goede baan. Ik zat vol ambitie en ontdekte samen met mijn man de wereld. Depressies bleven jarenlang uit.

In 2007 kregen we een zoon, in 2010 een dochter. Na de bevalling van onze dochter kreeg ik een kraampsychose maar deze werd niet opgemerkt. Ik ging weer aan het werk maar raakte langzaam opgebrand en kreeg een burn-out. Het was een zware tijd, waarin psychoses en depressies elkaar afwisselden. Ik zocht hulp maar pas na twee jaar werd vastgesteld dat ik een schizoaffectieve stoornis heb. Na die diagnose kreeg ik thuis hulp van een behandelteam. Men vond dat het beste voor mij en de kinderen maar de situatie werd met de tijd onverantwoord. Ik lag veel in bed en mijn kinderen zaten beneden voor de televisie. Toen ik niet meer kon eten en drinken, was opname onvermijdelijk.

Vijf maanden lang werd ik behandeld in het Universitair Centrum Psychiatrie van het UMCG. Uiteindelijk verdreef een elektroconvulsietherapie mijn depressie. Nu, een jaar na de opname, gaat het goed met me. Ik ben ervaringsdeskundige in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) en werk mee aan onderzoek op het gebied van psychosen. Ben ik te druk of loop ik te hard van stapel dan heb ik soms nog hallucinaties. Daarom moet ik elke middag slapen en ’s avonds op tijd naar bed. Mijn kinderen weten niet beter, ze veren met me mee. Ze zijn zó flexibel, veerkrachtig en vergevingsgezind.

Mijn kinderen zien dat ik minder depressief ben maar ze blijven wantrouwend. Mijn dochter wil soms samen met mij huilen omdat ik haar vijf maanden in de steek liet. Ze mag zich uiten, daar nemen we de tijd voor.

Ik durf nu zelf ook open te zijn over mijn ziekte. Op de website suzanheeftervaring.nl schrijf ik blogs over mijn ervaringen en momenteel werk ik aan een boek. Zo hoop ik andere mensen die hetzelfde doormaken te helpen. Als je je open en kwetsbaar opstelt, krijg je daar veel voor terug.

Er zijn mensen die vinden dat ik mijn ziekte beter achter me kan laten. Dat kan ik niet en wil ik niet. Wat ik heb meegemaakt, is speciaal in negatieve maar ook in positieve zin. Ik ben blij met de nieuwe ‘ik’ maar de oude Suzan hoort er ook bij. Juist door wat ik heb meegemaakt, leef ik nu bewuster. Het leven vliegt niet meer aan me voorbij en heeft meer diepgang en intensiteit dan voorheen. Mijn ziekte biedt me nu veel kansen en ik grijp ze, hoe spannend ook, met beide handen aan. Dat is geluk op dit moment voor mij. Al blijft dat wel een lastige term, hoor. Geluk. Maar ik denk dat dat gevoel voorzichtig weer een plek vindt in mijn leven.


Psychiater Robert Schoevers over depressie

Een depressie is een langdurige verstoring van de stemming waarbij mensen zich somber voelen, geen plezier meer ervaren en nergens meer interesse in hebben.  Daarnaast is er sprake van minimaal drie van de volgende symptomen: minder of meer eetlust (of duidelijke verandering in gewicht), slaapproblemen (meer of juist minder slapen), aanhoudende lichamelijke onrust of traagheid, vermoeidheid, gevoel van waardeloosheid of extreme schuldgevoelens, concentratieproblemen of besluiteloosheid en terugkerende gedachten aan de dood of zelfdoding.

In Nederland krijgt bijna één op de vijf volwassenen ooit te maken met een depressie. Inclusief jongeren en ouderen hebben naar schatting bijna 800.000 mensen een stemmingsstoornis. Van de kinderen met depressieve ouders ontwikkelt 40 procent een depressie voor het achttiende jaar. Van alle volwassen die ooit in zijn/haar leven een depressie  heeft meegemaakt is 13,1 % man en 24,3 % vrouw. Depressie komt het meeste voor bij jongeren tussen 18-24 jaar (6,7%).

Er zijn factoren die het risico op depressie vergroten. Denk aan erfelijkheid, de vroege ontwikkeling, traumatische levensgebeurtenissen op jonge leeftijd, persoonlijkheidskenmerken (intelligentie, levensstijl, temperament, manier van omgaan met problemen), lichamelijke factoren (ziekten, handicaps, medicatie, drugs) en life events zoals verlies, problemen op relationeel of financieel gebied en traumatische gebeurtenissen.

Robert Schoevers is psychiater, hoogleraar en hoofd van de afdeling psychiatrie van het UCP. Depressie is zijn specialisme.

Deel dit nieuwsbericht

Jouw Nieuws Hier?

© Meer Gezonde Jaren | 2018
Design: Marleen van den End - Visuele Communicatie | Realisatie: BrandNewFresh.com